Welkom

Vroeggeboorte: Wat en Waarom

Problemen in de couveuse tijd

Zelf doen in de couveuse tijd

Verwachtingen

Medische termen

Nieuws

Links

Artikelen en referenties

Boeken

Contact

Awards & Pers

Vroeggeboorte: Wat en Waarom
 
Achtereenvolgens wordt hierna ingegaan op de volgende vragen:
  • wat is vroeggeboorte
  • hoe vaak komt vroeggeboorte voor
  • wat veroorzaakt een vroeggeboorte
  • hoe wordt een (dreigende) vroeggeboorte behandeld
 
Wat is vroeggeboorte?
 
Normaal gesproken duurt een zwangerschap 40 weken vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Als de zwangerschap niet de volle 40 weken duurt, is al naar gelang van het moment van geboorte sprake van een eerdere geboorte, vroeggeboorte, extreme prematuriteit of miskraam.
Wanneer de geboorte van een baby zich eerder aandient dan de 40 weken, dan hoeft dit geen probleem te zijn. Vanaf 37 weken is een veilige thuisbevalling in principe al mogelijk. Als de geboorte van een baby voor een zwangerschapsduur van 37 weken plaatsvindt, dan spreekt men volgens de definitie van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van vroeggeboorte.
Wanneer een zwangerschap voor de 22 zwangerschapsweken afgebroken wordt, spreekt men van een miskraam.
Een vroeggeboorte met een zwangerschapsduur van minder of gelijk aan 32 weken wordt extreme prematuriteit genoemd.
 
Hoe vaak komt vroeggeboorte voor?
 
In ongeveer 2 a 3% van alle zwangerschappen treedt extreme prematuriteit op. Vroeggeboorte (incl. extreme prematuriteit) komt in ongeveer 7 a 8% voor. Het aantal te vroeg geboren baby's neemt als aandeel in het totaal aantal levend geborenen wel toe: tussen 1983 en 1999 is dit bijna verdubbeld. (Bron: Landelijke Neonatologie Registratie). Ook internationaal lijkt het aantal te stijgen.
 
Van de in 2002 in de Verenigde Staten ter wereld gekomen baby's zijn 1,96% extreme prematuren en 12,1% vroeggeborenen. Net als in Nederland zijn in de Verenigde Staten deze percentages de afgelopen jaren opmerkelijk gestegen: in 1981 bedroegen de percentages respectievelijk 1,81% en 9,4%. Vaak hebben prematuren ook een laag geboortegewicht; als dit gewicht lager is dan op grond van de zwangerschapsduur verwacht mag worden, wordt dit dysmaturiteit genoemd. In de Verenigde Staten woog 1,46% van de in 2002 geboren baby's minder dan 1.500 gram en 7,8% minder dan 2.500 gram. (Bron: National Vital Statistics Report, 2003).
 
De belangrijkste redenen voor de stijging van het aantal vroeggeboortes in Nederland zijn (Dijkstra, 2002):
- toename van meerlingzwanger-schappen door fertiliteits-bevorderende behandelingen
- hogere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen
- tendens tot eerder ingrijpen (d.m.v. inleiding of keizersnede) bij probleem-zwangerschappen
- betere registratie van zowel de zwangerschapsduur (door vroege echoscopie) als van extreme vroeggeboortes op de grens van levensvatbaarheid.
 
Een andere oorzaak van de stijging in Nederland is de verandering in de bevolkingssamenstelling. De toename van etnische minderheden waarbij bovendien een iets hoger geboortecijfer kan worden waargenomen, zorgt eveneens voor toename van het aantal te vroeg geboren baby's. Zo komt de geboorte bij een zwangerschapsduur van minder dan 27 weken in Nederland bij negroïde vrouwen driemaal zo vaak voor als bij blanke vrouwen (Van Enk et al., 1998).
 
 
Wat veroorzaakt een vroeggeboorte?
 
Een vroeggeboorte kan "spontaan" optreden of "kunstmatig" worden opgewekt. Van alle vroeggeboortes treedt 80% spontaan op en 20% wordt opgewekt omdat bijvoorbeeld de groei van de baby in de baarmoeder onvoldoende is (Meis et al., 1998). Onvoldoende groei kan worden veroorzaakt door slechte zuurstoftoevoer en die situatie kan tegen het einde van de zwangerschap tot zuurstoftekort leiden en bijvoorbeeld neurologische afwijkingen tot gevolg hebben. Kunstmatige opwekking van de geboorte, al dan niet door inleiden of keizersnede, kan ook geboden zijn wanneer de moeder ernstig bloed verliest door het loslaten van de placenta of wanneer het leven van de moeder door zwangerschapsvergiftiging (ook wel preeclampsie of toxicose genoemd) e.d. gevaar loopt.
 
In de spontane gevallen kan meestal geen exacte oorzaak voor de vroeggeboorte worden gegeven. Spontane vroeggeboortes volgen vaak op het voortijdig breken van de vliezen of na vaginaal bloedverlies (vanuit de placenta) tijdens de zwangerschap. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat een verhoogde kans op vroeggeboorte aantoont bij veelvuldig tillen, dansen en dergelijke tijdens de zwangerschap. Integendeel, lichamelijke activiteit in de eerste twee trimesters van de zwangerschap verkleint zelfs de kans op vroeggeboorte. Bij een onderzoek onder 1.699 vrouwen deden 22% van de vrouwen al stevig aan sport (joggen, fietsen, zwemmen, e.d.) voor de zwangerschap en ging 14% daarmee door tijdens de eerste drie maanden, terwijl 8% ook tijdens de tweede drie maanden doorging. Bij de vrouwen die in het eerste trimester aan sport deden, was de kans op vroeggeboorte 20% lager. Bij vrouwen die ook in het tweede trimester sportten, verminderde de kans zelfs met 48% (Evenson et al., 2002).
 
Het grootste deel van de extreme vroeggeboortes lijkt echter in verband te staan met opstijgende infecties vanuit de vagina. Een infectie of bloeding kan irritatie of beschadiging veroorzaken op de overgang van vliezen en placenta. Als gevolg van ontstekingsreakties komen stoffen vrij (enzymen, proteases en collagenases) waardoor prostaglandine productie op gang komt. Dit kan leiden tot voortijdige ontsluiting, contracties en het breken van de vliezen en uiteindelijk tot vroeggeboorte (Dijkstra, 2002).
 
Bij dit voortijdig breken van de vliezen (zie onder medische termen PPROM) neemt de kans op besmetting en infectie van het kind toe. Bij aanwijzingen voor een infectie zal dan ook niet altijd meer geprobeerd worden om de weeŽn te remmen, omdat het kind door de infectie gevaar loopt. Echter, in zeldzame gevallen kan de situatie 'gebroken vliezen' zůnder dat het kind geboren wordt dagen, soms zelfs weken duren (De Leeuw en Bakker, 1998).
 
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat een eerderde vroeggeboorte de kans op een vroeggeboorte bij de volgende zwangerschap verhoogd (Creasy en Resnik, 1999).
De herhalingskans is af te leiden uit onderstaande tabel:
†††††

1e Geboorte

2e Geboorte

Kans op vroeggeboorte bij eerstvolgende zwangerschap

Niet Preterm nvt
4,4%
Preterm nvt
17,2%
Niet Preterm Niet Preterm
2,6%
Preterm Niet Preterm
5,7%
Preterm Preterm
28,4%
 
Er bestaan verder ook nog wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat er relatie bestaat tussen vroeggeboorte en:
- de leeftijd van de moeder en dan zowel bij jongere als oudere moeders. Als je het in een grafiek uitzet, is er een U-vormig verband tussen leeftijd en vroeggeboorte (Pickering en Deeks, 1991; Van Enk et al., 2000).
- uit een Canadese studie naar 2,6 miljoen baby's die tussen 1995 en 2000 zijn geboren in de Verenigde Staten blijkt de leeftijd van de vader ook van invloed te zijn op vroeggeboorte. Met name vaders jonger dan twintig jaar lopen meer kans (Chen et al, 2008) .
- meerlingzwangerschap (Visser en Bruinse, 1997)
- roken (Meyer, 1977; Kline et al., 1989). Roken tijdens de zwangerschap kan leiden tot abnormale ontwikkeling van de placenta, voortijdige bevalling en groeivertraging, en is mogelijk verantwoordelijk voor 15 procent van alle vroeggeboorten (Andres en Day, 2000)
- ontsteking van het tandvlees en de weefsels rond de tanden (paradontitis of periodontitis) (Jeffcoat et al., 2003)
- IVF e.d. (Helmerhorst et al., 2004
- eerdere abortus, moeders die eerder een abortus ondergingen, hebben bij volgende zwangerschappen een 1.7 keer grotere kans op een vroeggeboorte voor 28 weken. Vaak is dit het gevolg van PPROM (Moreaua et al., 2005)
- kort geboorte-interval, een korte tijd tussen twee zwangerschappen verhoogt de kans op een vroeggeboorte (Smits en Essed, 2001). De kans op een extreme vroeggeboorte (na 24 tot 32 zwangerschapsweken) is zelfs ongeveer twee keer zo groot onder vrouwen die binnen een half jaar na de geboorte van een eerste kind weer zwanger zijn (Smith, Pell en Dobbie, 2003)
- korte baarmoederhals (Iams et al., 1996); evenwel bestaat er geen onderzoek waaruit blijkt dat onder een zekere lengte van de baarmoederhals altijd een vroeggeboorte optreedt en evenmin bestaat er onderzoek waarin wordt aangetoond dat boven een bepaalde lengte van de baarmoederhals vroeggeboortes uitblijven. Ook is bekend dat bij dochters van vrouwen die vroeger het DES-hormoon gebruikt hebben, de baarmoederhals wat verkort kan zijn. In deze gevallen is de kans op een voortijdige bevalling ook groter.
Naast onderzoeken naar de lengte van de baarmoederhals is recent ook onderzoek gedaan naar de baarmoedermond. Uit onderzoek van Meijer-Hoogeveen (2007) blijkt dat door de vele en grote veranderingen van de baarmoedermond voorafgaand aan spontane weeenactiviteit het tijdstip van de baring op basis van een echo niet betrouwbaar kan worden voorspeld.
- De Gezondheidsraad (2005) stelt verder dat bij een gemiddeld consumptieniveau van minder dan één standaard horecaglas alcohol per dag tijdens de zwangerschap de risico’s van miskramen, foetale sterfte en vroeggeboorte mogelijk verhoogd zijn. 

Als in vaginale afscheiding van een vrouw, die korter dan 34 weken zwanger is, de stof fetal fibronectin met behulp van een test wordt aangetroffen, bestaat er een verhoogd risico op een vroeggeboorte (Goldenberg et al., 1996; Honest et al., 2002). Echter, niet alle positief geteste vrouwen krijgen daadwerkelijk een te vroeg geboren baby; sommigen blijven nog zeker twee weken zwanger en de test wordt daarom nauwelijks uitgevoerd. De test wordt verder ook weing gedaan omdat er veel andere, onbekende oorzaken van vroeggeboorte bestaan en een negatieve test op fetal fibronectin een vroeggeboorte niet uitsluit. De test zou bovendien erg kostbaar worden als alle vrouwen getest worden. 
 
Onderzoek van Yang et al. (2003) toont aan dat ook vrouwen die in de buurt van olieraffinaderijen wonen een verhoogde kans hebben op een vroeggeboorte. Een eerdere studie door Landgren (1996) naar luchtvervuiling in het algemeen (in Zweden) heeft geen relatie aangetoond tussen luchtvervuiling en vroeggeboorte. Echter, uit onderzoek door verschillende onderzoeksgroepen naar specifiek SO2-luchtvervuiling blijkt duidelijk dat dat wel een rol speelt (Bobak, 2000; Lin et al., 2001; Yang et al., 2003). Ook de uitstoot van verkeer verhoogt de kans op een vroeggeboorte (Wilhelm en Ritz, 2003).
 
Een Deense studie geeft aan dat vrouwen die tijdens de zwangerschap geregeld vis eten tot drie keer minder kans hebben op een vroeggeboorte dan vrouwen die geen of nauwelijks vis eten (Olsen en Secher, 2002). Ook hebben hun kinderen gemiddeld een hoger geboortegewicht. (Buck et al., 2003).
 
Hoe wordt een (dreigende) vroeggeboorte behandeld?
 
De behandeling van een dreigende vroeggeboorte is afhankelijk van verschillende factoren:
 
  • duur van de zwangerschap
  • conditie van moeder en kind
  • mate van ontsluiting
     
    Soms wordt bedrust voorgeschreven, maar voor de preventie van vroeggeboorte wordt de werking in twijfel getrokken. Het levert zelfs een verhoogd risico op trombose op. Er zijn echter situaties waarin bedrust noodzakelijk is en dan voornamelijk wanneer de vliezen gebroken zijn of al ontsluiting waarneembaar is. Als de ontsluiting groter is dan vijf centimeter is uitstel van de geboorte in principe vrijwel onmogelijk.
     
    Bij een dreigende vroeggeboorte kan besloten worden tot toediening van antibiotica, weeŽnremmers en corticosteroÔden.
     
    Antibiotica
    Aan vrouwen met gebroken vliezen, maar zonder weeŽnactiviteit wordt antibiotica slechts in 25% van de gevallen toegediend ondanks dat onderzoek aantoont dat toediening de zwangerschapsduur verlengt en de bevattelijkheid van de pasgeborene voor ziekte verlaagt (Dijkstra, 2002). Antibiotica worden soms gegeven om een infectie te voorkomen of te behandelen. Deze medicijnen, die aan de moeder gegeven worden, komen via de placenta ook bij het kind terecht.
     
    WeeŽnremmers
    WeeŽnremmers worden in het algemeen niet toegediend voor 24 weken of na 33-34 weken zwangerschap. De bekendste weeŽnremmers zijn bŤtamimetica en worden via een infuus of injectie gegeven. Bij een zwangerschapsduur van minder dan 30 weken wordt ook wel een zetpil met indometacine gegeven. WeeŽnremmers worden ook toegediend als er nog geen weeŽn zijn. Het is opvallend dat 40 procent van de Nederlandse gynaecologen weeŽnremmers geeft bij te vroeg gebroken vliezen zonder weeŽn (Dijkstra, 2002).
     
    WeeŽnremmers zijn gericht op het verminderen of stoppen van weeŽn, maar vaak geven ze niet meer dan enkele uren tot dagen uitstel van de bevalling. Deze extra tijd is van groot belang om de conditie en kansen van de baby te verbeteren door het geven van corticosteroÔden en/of door overplaatsing van de zwangere vrouw naar een centrumziekenhuis met een NICU (Murphy, 1998).
     
    Van weeŽnremmers worden niet zelden bijwerkingen ondervonden en dit betreft vooral klachten als hartkloppingen en bonzen, trillingen in handen en voeten, transpireren en een opgejaagd gevoel. Vaak heeft ook de baby een versneld hartritme. Ook treedt nogal eens misselijkheid en braken op.
    Tenslotte is extra voorzichtigheid geboden als moeders suikerziekte hebben, omdat deze middelen de suikerstofwisseling kunnen verstoren.
     
    CorticosteroÔden
    CorticosteroÔden zijn bijnierschorshormonen die gewoonlijk in het lichaam aangemaakt worden onder invloed van stress. Bij een dreigende vroeggeboorte worden corticosteroÔden via een injectie aan de moeder toegediend. Het is namelijk zo dat bij baby's die te vroeg geboren worden, de longen en andere organen nog niet helemaal functioneren. Om deze sneller te laten rijpen worden voor de geboorte corticosteroÔden aan de moeder gegeven en via de placenta komen deze middelen bij het kind.
    Het effect van corticosteroÔden is al meetbaar na 12 uur, maar optimaal na 24-48 uur. (Crowley et al., 1990).
    De bijwerkingen voor de moeder zijn gering en ook voor de te vroeg geboren baby zijn er nog geen nadelige effecten aangetoond. Er moet echter nog wel meer onderzoek gedaan worden naar nadelige effecten op langere termijn om deze uit te sluiten.
  •  
     
     
     
    Deze website is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld; de auteur aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid. Raadpleeg voor medische aangelegenheden altijd een arts.
    [Welkom] [Vroeggeboorte: Wat en Waarom] [Problemen in de couveuse tijd] [Zelf doen in de couveuse tijd] [Verwachtingen] [Medische termen] [Links] [Artikelen en referenties] [Boeken] [Contact] [Awards & Pers]